‘Voor onze cliënten is niets vanzelfsprekend’

JOL En Bjorn Aan Tafel 2 2000

Tien totaal verschillende mensen, ieder met hele specifieke, eigen behoeften. Begeleider Jol Spuijbroek (63) en haar collega’s leren de mensen elke dag beter kennen en daardoor beter begeleiden. Dat gaat met vallen en opstaan. “Goed observeren, duidelijk en consequent zijn en heel veel geduld. Daar draait hier alles om. Zodra ik binnenkom zet ik al mijn zintuigen op scherp. Zo kan ik per persoon en situatie steeds inspelen op wat een bewoner op dat moment nodig heeft.”

Een goed leven. Begeleider Jol Spuijbroek maakt er werk van.

Een gestructureerd leven
“Wat me aanspreekt in dit werk, is dat ik een puzzelstukje kan zijn in het bestaan van onze bewoners. Voor hen is niets vanzelfsprekend, alles is een uitdaging. Zij kunnen geen goed bestaan voor zichzelf regelen, dat doen wij. Voor onze bewoners is een goed leven een gestructureerd leven, vaak met zo min mogelijk prikkels. We maken per persoon duidelijke, vaste afspraken. Daar wijken we niet vanaf. Met de bewoners die verbaal wel duidelijk kunnen maken wat ze vinden en ervaren, hebben we daar doorlopend discussies over. Waarom hij wel chips of een pilsje krijgt en jij niet, is er zo eentje. Het antwoord is altijd: omdat dat de afspraak is met deze bewoner. Jij hebt je eigen afspraken. Punt!”

Rust bewaren
“Ik zou natuurlijk best eens wat toegeeflijker willen zijn, maar daar doe ik hier echt niemand een plezier mee. Zeker de bewoner niet. Die raakt in de war en dat roept makkelijk heftige emoties en impulsen op. Impulsen die de meeste bewoners niet onder controle hebben. Dat is soms best heftig, zeker ook voor de bewoner. Bij Lunet zijn we allemaal goed getraind op crisissituaties. Als ik mijn alarm inschakel, reageren alle collega’s direct. Je staat er nooit alleen voor. Maar die stress en spanning voorkomen we natuurlijk liever. Met consequent zijn en je altijd aan de afspraken houden, bewaren we voor iedereen zoveel mogelijk de rust.”

Een baken zijn
“Rust en regelmaat zijn hier dus echt de sleutels tot een goed leven voor onze bewoners. Daarom geven we hun duidelijke kaders waarbinnen ze zich veilig voelen. Binnen die bekende kaders ben je als begeleider een betrouwbaar baken. Dat is mijn rol en daar beleef ik veel plezier aan. Ik geniet van de kleine dingen, zoals een glimlach, een geluid of gebaar waaraan ik kan zien dat het goed gaat met een bewoner. Of voor de honderdste keer dezelfde grap horen en daar opnieuw samen om moet lachen. Heerlijk!”

Balans
“Ik werk mijn hele leven al in de zorg. Ruim drie jaar geleden wilde ik veranderen. De nachtdiensten in de ouderenzorg werden me fysiek te zwaar. Toen zag ik de vacature van Lunet voor begeleider. De gehandicaptenzorg trok me altijd al aan. Na een middag meelopen op deze woning wist ik het zeker. Hier wil ik werken. Dat doe ik 24 uur per week. Daarnaast werk ik acht uur in de terminale thuiszorg. Ik wil graag ook warme zorg geven. Dat kan op deze woning niet altijd omdat je steeds alert, consequent en duidelijk moet zijn. Terminale nachtzorg gaat om warmte en comfort bieden. Die combinatie zorgt voor mij voor balans, ook tussen werk en privé. Die balans vind ik heel belangrijk.”

Fijn team
“We hebben op dit moment een heel fijn en gevarieerd team met een mooie variatie in leeftijden en mix van vrouwen en mannen. Door de combinatie van bewoners is het hier soms stevig aanpoten, maar we doen het samen: met de gedragskundigen, teamleider, coördinerend begeleider en clusterhoofd. Dat voelt goed. Tegen jonge stagiaires die meelopen zeg ik altijd: laat je niet afschrikken. Kijk verder, kijk goed om je heen. Iedere woning bij Lunet is weer anders. De gehandicaptenzorg is voor mij het mooiste wat er is en de dynamiek op deze woning past goed bij mij. Het is een beetje als marathons lopen, intens en intensief. Dat doe ik ook met veel plezier.”

Wil je meer informatie over werken als begeleider op woonpark Eckartdal, lees dan de vacature <link naar de algemene vacature begeleider woonpark eckartdal>. Of lees de ervaringsverhalen van begeleiders Eva Peters en Martin André.